Waarom straffen en belonen bij (vurige) kinderen vaak niet werkt
- Vera Donkerbroek
- May 17
- 6 min read

“Ik herken helemaal niks van mezelf in mijn dochter,” verzucht een moeder in mijn praktijk wanhopig. “Als kind deed ik vroeger braaf wat er van mij gevraagd werd, maar Mila lijkt soms wel van een compleet andere wereld te komen. Als ze weer rustig is, kan ze precies vertellen wat de afspraak was. Maar op het moment zelf lijkt ze alle regels aan haar laars te lappen. Dan gaat ze in discussie, wordt brutaal, boos en smijt met spullen door de kamer.”
Mila is slim, gevoelig en heeft een sterke eigen wil. “Ik vind het op zulke momenten zó moeilijk hoe ik moet reageren,” vertelt haar moeder. “Ik heb al van alles geprobeerd. Haar naar een afkoelplek sturen. Voor straf een week haar telefoon innemen. Een half uur eerder naar bed sturen… We hebben ook een tijdje een stickervel ingezet om goed gedrag te belonen, maar dat zorgde juist voor nog méér strijd. Vaak was Mila er heilig van overtuigd dat ze een sticker verdiend had, terwijl dat volgens ons niet zo was. Het escaleerde regelmatig volledig.”
Geen onwil, maar spanning
Vurige kinderen begrijpen vaak heel goed wat er van hen verwacht wordt. Ze voelen haarfijn aan wat ‘hoort’ en hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Doordat ze alles zo intens verwerken, raakt hun systeem sneller overprikkeld en vol.
Als de spanning oploopt, schakelen het menselijk brein en het zoogdierenbrein uit en neemt het reptielenbrein het over. Een kind reageert dan vanuit overleving: vechten, vluchten, bevriezen of aanpassen. Op zo’n moment lijkt het soms alsof een kind expres tegenwerkt. Maar het is niet zo dat een kind niet wíl luisteren, het lukt gewoon echt niet meer.
Dat onderscheid is belangrijk. Want gedrag dat voortkomt uit spanning vraagt iets anders dan gedrag dat bewust grensoverschrijdend is.
Waarom straf vaak averechts werkt
Straf wordt vaak gegeven vanuit een machtpositie van de volwassene. Maar wanneer je macht inzet tegenover een kind dat al vol spanning zit, loopt die spanning meestal alleen maar meer op. Het zenuwstelsel staat immers al in de stressstand en is bezig met overleven. In die stand lukt het simpelweg niet om te luisteren, na te denken of te reflecteren. Meer druk, zoals straf geven, zorgt dan meestal voor meer strijd en meer afstand.
Wanneer je een kind bijvoorbeeld afzondert door het voor straf op de trap te zetten, stijgt de spanning vaak alleen maar verder. Terwijl een kind op dat moment juist jouw nabijheid nodig heeft.
Ik hoor ouders vaak zeggen: “Maar als ik iets heb gezegd wat gedaan moet worden, dan hoort mijn kind te luisteren. Als ik dan toegeef, neemt het mij de volgende keer niet serieus en zal het over mijn grenzen blijven gaan!” Opvoeden gaat niet over macht of toegeven, maar over verbinding, erkenning, duidelijkheid en rust. Straf zorgt er vaak voor dat een kind óf in verzet gaat óf zich klein maakt. In beide gevallen leert het niet echt verantwoordelijkheid te nemen.
En belonen dan?
Belonen voelt vriendelijker, maar raakt vaak ook niet de kern. Denk bijvoorbeeld aan een stickervel waarbij een kind stickers verdient voor goed gedrag. In het begin werkt dat vaak prima. Maar na verloop van tijd zie je regelmatig dat de glans ervan afgaat.
Door te belonen, verschuift de motivatie van binnen naar buiten. Vooral gevoelige en wilskrachtige kinderen raken dan soms vooral bezig met de beloning zelf. Terwijl juist hun innerlijke motivatie zo belangrijk is.
Het stoplichtmodel
In de praktijk zie ik dat er onder gedrag vaak iets anders ligt: spanning. Gedrag is een signaal dat zegt dat er iets aan de hand is.
Het stoplichtmodel is een eenvoudige manier om spanning bij kinderen zichtbaar te maken:
Groen = ontspannen
Oranje = spanning bouwt op
Rood = stress neemt het over (fight, flight, freeze, fawn)
Door dit model thuis te gebruiken, leren kinderen hun spanning beter herkennen en woorden te geven aan wat er in hun lichaam gebeurt. Voor ouders geeft het direct inzicht in wat een kind nodig heeft: rust, nabijheid of juist beweging. Zo wordt gedrag niet langer gezien als ‘lastig’, maar als een signaal van spanning.
Een voorbeeld
Je merkt aan je kind dat het erg onrustig is. Het begint te zeuren en wordt brutaal. Jij ziet dat hij in oranje zit: de spanning loopt op. In plaats van dit te benoemen als lastig gedrag, gebruik je het stoplicht: “Volgens mij zit jij nu in oranje. Het is handig om nu even iets te doen om weer in groen te komen.” Op dit moment is je kind vaak nog bereikbaar voor contact. Het is dus belangrijk dat je de spanning op tijd signaleert.
Het kind kiest dan uit een vooraf afgesproken optie, zoals:
iets eten en drinken (belangrijk, want veel kinderen zijn gevoelig met de bloedsuikerspiegel);
een boekje lezen op de bank;
even rustig tekenen;
een rondje fietsen;
helpen met een klusje in huis;
een rustig filmpje kijken, terwijl jij staat te koken;
springen op de trampoline (de op- en neergaande beweging zorgt dat het zenuwstelsel weer tot rust komt).
Zo geef je het kind regie én je leert het dat spanning normaal is, en dat er altijd manieren zijn om weer terug te schakelen naar rust.
Tip: dit model werkt het beste wanneer het hele gezin ermee aan de slag gaat. Dus óók de ouders. Jij bent het rolmodel voor je kind. Als jij als volwassene kunt verwoorden dat je bijvoorbeeld in oranje zit en je aangeeft dat je nu eerst weer terug naar groen wil gaan, dan leer je het kind dat spanning heel normaal is én dat je er iets aan kan doen.
Ik raad aan dit ook in de klas toe te passen. Dat vraagt om een goed contact tussen ouders en leerkracht. Kinderen groeien er dan mee op en zo wordt het een gezamenlijke taal om spanning te herkennen en te reguleren.
Wat helpt dan wel?
Er is een groot verschil tussen straf en een consequentie geven. Straf komt vanuit macht (‘Ik bepaal het nu!’), een consequentie komt vanuit helderheid (‘Dit is het gevolg van iets waar je zelf voor gekozen hebt.’). Bij een consequentie heeft een kind vooraf invloed op de uitkomst: het weet wat het gevolg is van een keuze. Bij overschrijding kun je je kind hier één keer aan helpen herinneren. Gaat je kind daarna alsnog over de grens, dan volgt de afgesproken consequentie. Belangrijk is dat jij niet boos wordt, maar vanuit rust reageert.
Of het nu gaat om straffen, belonen of corrigeren: kinderen leren het meest als de volwassene stevig én rustig blijft. De volwassene is op deze manier het rolmodel. En met een goed rolmodel zullen kinderen makkelijker hun eigen kwaliteiten kunnen ontwikkelen.
Nog meer tips:
Neem je kind serieus. Geef erkenning op het gedrag en het gevoel. Het gedrag komt niet zomaar ergens vandaan. Daar zit een naar gevoel onder – spanning – wat aandacht nodig heeft.
Stel duidelijke grenzen, vanuit rust en verbinding. Zo weet je kind waar het aan toe is. Bespreek als ouders wat écht belangrijk is en wat je kunt laten gaan. Zo voorkom je dat je voortdurend corrigeert.
Zorg ervoor dat er voldoende verwerkingsmomenten voor je kind zijn. Daarmee voorkom je dat spanning zich opstapelt, ‘het emmertje overstroomt’ en je kind in het rood schiet.
Help je kind woorden te geven aan wat er vanbinnen gebeurde. Als je kind beter weet uit te leggen hoe het zich voelt, dan kan er in een gesprek al veel worden voorkomen.
Als je kind wel in het rood is geschoten, dan kun je geen contact krijgen. Vragen als: “Wat is er nou aan de hand met je?!” en “Je overdrijft het nu wel heel erg!”, helpen op dat moment niet. Help je kind liever om tot rust te komen door alleen je nabijheid te bieden, zonder te veel woorden. Zeg bijvoorbeeld: “Ik zie dat je heel erg boos bent, en daar heb je vast een hele goede reden voor. Ik ben er voor je als je mij nodig hebt.” Zeg dit vanuit rust en straal verbinding uit – hoe moeilijk dit soms ook is.
Ook een volwassene zit wel eens in het oranje/rood. Om vanuit rust te kunnen reageren op je kind, is het raadzaam om erachter te komen waar jij van ontspant. Vurige kinderen voelen ook jouw spanning en reageren hierop.
Op deze manier wordt straffen of belonen vaak overbodig. Emoties zijn er niet voor niets en die mogen er ook zijn, maar een kind moet nog leren deze op een goede manier te reguleren. Aanvaard als ouder dat deze emoties normaal zijn en blijf zelf rustig op de momenten dat het je kind niet lukt. En ik weet hoe moeilijk dit soms is!
Tot slot: neem tijd voor herstel
Als je als volwassene wel een keer uit je vel springt – wat natuurlijk heel menselijk is –, zorg dan dat er na die tijd ruimte is voor herstel. Uiteraard pas als iedereen weer in het groen zit. Als jij als volwassene uit kan leggen wat er bij jou gebeurde, dat dat kán gebeuren, maar dat het niet handig is, dan leer je een kind dat fouten maken mag, en dat je dat erna weer goed kunt maken.
Loop je vast in het gedrag van je kind? Ik denk graag met je mee. In mijn praktijk kijk ik samen met ouders en kinderen naar wat er onder het gedrag speelt en wat er nodig is om weer meer rust en verbinding te ervaren.
Neem gerust contact op als je wilt sparren over jullie situatie. Ik denk graag met je mee.




Comments